Familie Hofman

De geschiedenis van een familie Hofman

Schoolmeester in de 80-jarige oorlog

De 80-jarige oorlog begon in Aalsmeer erg onrustig, Haarlem en Leiden worden belegerd en er is een heuse zeeslag op de Haarlemmermeer. In 1573 komen de Spanjaarden in Aalsmeer langs om te plunderen en het dorp in brand te steken, waarschijnlijk als vergelding omdat de Aalsmeerders de stad Haarlem hebben geholpen tijdens het beleg van deze stad. Hierna wordt gelukkig de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden gesticht en komt Aalsmeer ver weg van het front te liggen. Behalve wat extra belastingen merken de Aalsmeerders dus weinig meer van de strijd die gevochten werd tussen de Nederlanders en Spanjaarden. Maar wat waarschijnlijk in die tijd wel het dorp bezig hield was het proces dat gevoerd werd aan het Hof van Holland door Meester Velten Veltensz, gewezen schoolmeester van de school naast de dorpskerk en tevens de stamvader van de familie Hofman in Aalsmeer.

Het verhaal van Velten begint niet met hem zelf, maar rond 1572 in Zwolle met de geboorte van zijn toekomstige vrouw Barentge Barentsdr1, Velten zelf wordt een aantal jaren later rond 1579 geboren in Rietberg.2 Het is niet geheel duidelijk welke Rietberg precies bedoeld wordt. Het kan gaan om de plaatst Rietberg in Noordrijn-Westfalen, Duitsland of een van de boerderijen in Nederland die de Rietberg heette, bijvoorbeeld een boerderij behorende bij het droebel3 ‘t Reetbarg in Zieuwent, Gelderland.

Droebel 't Reetbarg

Rond 1589 vertrekt Barentge op haar 17e naar Amsterdam.4 Het is in die tijd erg onrustig in en om Zwolle, ten tijde van de 80-jarige oorlog was er voortdurend veel krijgsvolk binnen de stad en dat kostte ook de bevolking handenvol geld. Buiten de stad was het ronduit gevaarlijk door de moordende en rovende soldaten van de elkaar afwisselende Staatse en Spaanse legers. Met name in de jaren tachtig van de 16de eeuw ging het er heet aan toe. Rond 1595 komt ook Velten aan in Amsterdam als hij ongeveer 16 jaar oud is.5 Het is aannemelijk dat ook hij naar Amsterdam trekt voor een veiliger leven ver weg van de vechtende legers.

Trouwen
Op 5 april 1603 gaan Velten en Barentge in ondertrouw in Amsterdam. Hij is dan 24 en zij 31, ze geven beide aan geen ouders (meer) te hebben en wonen in de Gravenstraat in Amsterdam.6 3 weken later op 29 april schrijft Velten zich in het poorterboek in als schoenmaker, hij betaalt hiervoor poortergeld.7 Poorters hadden meer rechten dan andere inwoners. Poorter werd je door geboorte, door huwelijk of door betaling als je van buiten Amsterdam kwam. Alle poorters werden ingeschreven in poorterboeken en bij inschrijving kreeg een poorter een briefje waarmee hij kon aantonen dat hij poorter was. Alleen poorters konden ambten bekleden bij de stedelijke overheid of lid worden van een gilde – een voorwaarde voor het uitoefenen van de meeste beroepen. Kinderen van poorters die wees werden mochten in het Burgerweeshuis worden opgenomen. Andere wezen gingen naar minder goede weeshuizen van kerken en liefdadigheidsinstellingen.8

Velten zijn intekening in het poorterboek van Amsterdam.

Kinderen
Iets meer dan 6 maanden na hun ondertrouw wordt op 16 oktober hun eerste zoon Harmen gedoopt in de Oude Kerk9, Barentge was dus al zwanger op het moment dat ze gingen trouwen. Op 6 december 1605 wordt hun tweede zoon Jan gedoopt in de Nieuwe Kerk.10 Helaas is Jan niet oud geworden, als Velten en Barentge op 26 juni 1615 hun testament laten opstellen in Amsterdam11 wordt Harmen genoemd als hun enige kind. Jan is niet terug te vinden in de begraafboeken van Amsterdam, dus hij is waarschijnlijk ergens anders overleden.

Schoolmeester in Thamen
Het andere opvallende aan het testament is dat Velten van baan is veranderd, hij is nu schoolmeester in Thamen wat op dat moment onder de Proosdij van Sint-Jan te Utrecht valt. Mogelijk dat Velten in Amsterdam al in aanraking is gekomen met het schoolmeesterschap. In de Gravenstraat waar ze woonde tijdens hun huwelijk zat in die tijd de Latijnse school. Thamen was in 1615 een klein dorpje dus als ze hun testament willen laten opstellen gaan ze langs bij notaris Willem Cluijt.12 Waar die op dat moment kantoor houdt is niet bekend maar vanaf 1619 zit hij aan de Kromelleboogsteeg, vlak bij de Dam. Het is niet bekend hoelang Velten schoolmeester in Thamen is geweest.

Thamen lag in die tijd nog wat meer noordwestelijker richting de Legmeer maar is later verplaatst naar de Amstel waar het op is gegaan in Uithoorn.13

Schoolmeester in Aalsmeer
Net na het opstellen van het testament moet Velten aangesteld zijn als schoolmeester in Aalsmeer. In 1619 komen we hem voor het eerst in de boeken tegen. Hij is in Haarlem aanwezig bij de classisvergadering14, een gezamenlijk overleg tussen kerken uit een bepaalde regio. Alle schoolmeesters zijn hier verzameld om de Drie Formulieren van Enigheid15 te ondertekenen, deze dienen als bron voor de geloofsoverdracht in catechese, prediking en onderwijs.

Als schoolmeester geeft Velten van 08:00 tot 11:00 uur ‘s ochtends en ’s middags van 12:00 tot 16:00 uur les aan kinderen van alle leeftijden in het schoolgebouw (tevens woning) dat achter de dorpskerk stond aan de Haarlemmermeerszijde. Kinderen die konden schrijven betaalde hiervoor 3 stuivers per maand en kinderen die dit nog niet konden betaalde 2,5 stuiver. Het is niet duidelijk hoeveel dagen per week hij les gaf, maar op zondag had hij andere zaken te regelen. De schoolmeester was namelijk ook koster, hij zorgde dus dat voor de dienst de kerk helemaal netjes was. En tijdens de dienst moest hij ook voorlezen en -zingen. Ook het toedekken van de graven in de kerk en het effen houden van de vloer behoorde tot zijn taken.16

Op een schilderij van Jan Abrahamsz Beerstraten uit ca. 1655 staat het schoolgebouw met op de brug Jacob Ambrosius die in 1649 schoolmeester werd. Helaas is dit gebouw op 30 maart 1702 verloren gegaan bij een brand. 17

Volkstelling
Er wordt in 1622 in het gewest Holland gestart met een volkstelling, met als doel om iedereen hoofdgeld te laten betalen om zo geld op te halen om de oorlog met Spanje te bekostigen die in 1621 is verder gegaan na het 12-jarige bestand. In 1623 komen ze in Aalsmeer langs18 en wordt het volgende opgeschreven:

Velten Veltensz schoolmr. ende Barentgen Barentsdr sijn huijsvrouwe, met Harman heur kint, mitsgaders Frans Outgens, Jan Jansz, Cornelis Claesz, Tijbout Claesz, Jan Jansz, Gerrit Jansz, Lodowijck Claesz, ende Evert Cornelisz costkinderen – 11 hoofden

Andere costkinderen sedert de publicatie van den placcate van thooftgelt overgelevert Maria Henricxsz van Amstelredam, Harman Lambertsz mede van Amstelredam, Lambert Lambertsz noch – 3 hoofden

Velten en Barentge wonen in de Kerkbuurt van Aalsmeer samen met hun zoon Harmen en nog 11 kostkinderen. In dezelfde buurt woont ook de schoolmeester van de school aan de Uiterweg, Henrick van Poperingen. Hij woont daar samen met zijn vrouw en 10 kostkinderen.

Hertrouwen en nieuwe kinderen
Kort na de telling overlijdt Barentge want in 1626 heeft Velten een nieuwe vrouw, Marijtge Dircksdr.19 Zij komt waarschijnlijk uit Aalsmeer en is rond 1597 geboren.20 Met Marijtge krijgt Velten nog 3 kinderen: Dirck, Willem en Barentge. Hun precieze geboorte jaren zijn niet bekend maar we gaan uit dat ze in deze volgorde geboren zijn. Als er in 1649 namelijk een boek wordt opgesteld met alle lidmaten van de kerk21 wordt Dirck al niet meer genoemd, woont Willem als jongeman bij zijn ouders en pas jaren later doet Barentge belijdenis. Op 14 mei 1640 koop Velten een huis en werf in de Kerkbuurt in Aalsmeer voor 500 gulden.22 Opvallend is dat hij dit huis op 16 januari 1645 verkoopt aan zijn zoon Harmen.23 Dit is net voor het proces waar het deels draait over waar Velten moet wonen met zijn kinderen nadat hij ontslagen is, bij zijn functie hoort immers ook een huurhuis bekostigd door Aalsmeer.

Ontslag
Op 15 november 1644 wordt Velten ontslagen als schoolmeester door de Schout, Schepenen en Ambachtsbewaarders van Aalsmeer. Ze doen dit vanwege Velten zijn hoge leeftijd en dat het onderwijs sterk achteruitgaat.24 Op 10 januari 1645 wordt Melchior Cleasz, die hiervoor schoolmeester was in het buurtschap Legmeer, aangesteld als zijn vervanger.25

Melchior is alleen niet van onbesproken gedrag. In februari 1645 verklaart een moeder dat haar dochter van Melchior haar handen op moest warmen bij de kaars en deze hierna in zijn broek moest stoppen.26 Hierna ontstaat er tweedeling in het bestuur van Aalsmeer. Een deel stuurt de Baljuw van Kennemerland aan om Melchior uit de school te houden en hij lijkt hierbij zelfs in de gevangenis gezeten te hebben.27 Maar een ander deel probeert via het Hof van Holland deze Baljuw weer tegen te houden. Uiteindelijk komen ze tot de conclusie dat de benoeming van Melchior niet terecht was maar dat hij ook niet ontslagen had mogen worden. De benoeming van Melchior wordt op 8 augustus 1645 dan ook bevestigd.28

Tijdens deze machtsstrijd lijkt het erop Velten tijdelijk weer schoolmeester was. Als op 5 juli 1645 namelijk Johan Damius, de plaatsvervanger van de Baljuw, aanwezig is bij het huis van Velten is er een discussie. Velten moet de sleutel van de school inleveren als hij voor de tweede maal zijn taken als schoolmeester neerlegt. Alleen zowel Johan als Gerrit van Rietvelt, de Schout, willen deze sleutel graag hebben.29

Het wordt tijdens deze dag ook duidelijk dat Velten en Gerrit een overeenkomst hebben gesloten. Velten zal stoppen als schoolmeester maar zal wel zijn jaarlijks loon van 90 gulden behouden en mag in zijn huurwoning blijven wonen die door Aalsmeer betaald wordt. Als Johan aan Velten vraagt of hij deze akte mag inzien wordt dit verboden door Gerrit. Hij wil in eerste instantie Johan geld geven en zegt daarna tegen Velten: “Die akte is tussen jou en mij opgesteld, ik draag jou op om deze terug te geven of niet te laten zien. De Baljuw heeft deze nodig, laat hem hierom verzoeken en ik zal hem weigeren.”30

De dorpskerk in Aalsmeer op een schets van Jan Abrahamsz Beerstraten van na 1653, met rechts de brug naar het schoolgebouw. 31

Het proces
Uit de processtukken lijkt naar voren te komen dat Gerrit deze overeenkomst met Velten heeft gesloten zonder medeweten van de Schepenen en Ambachtsbewaarders. Zij laten verschillende mensen horen over zaak, onder andere Marijtge Dircksdr verklaard dat Gerrit bij hen thuis was en met haar man de overeenkomst heeft gesloten.32 De predikanten van Kudelstaart en Calslagen, Helmontanus en Jan Jorissz waren hierbij. Johan Colterman, Notaris in Haarlem en Herman van Loon, gerechtsbode van de Baljuw verklaren hetzelfde gehoord te hebben.33 Op dezelfde dag verklaren Jan Hendricxsz, predikant, met de volledige kerkenraad en alle schepenen van Aalsmeer dat zij niet op de hoogte waren van deze overeenkomst tussen Gerrit en Velten.34

Op 19 juni 1646 wordt er gedreigd Velten zijn huurhuis uit te zetten met zijn vrouw, kinderen en huisraad, over of dit gebeurd is spreken de stukken elkaar tegen. Zijn advocaat stuurt hierover op 3 juli een brief naar het Hof van Holland waarin verzocht wordt in te grijpen. Het Hof beslist dat beide partijen op 28 juli moeten verschijnen voor Gerard Crommen en Gasper van Kinschot in Den Haag.35 Jan Cleassen, een van de Schepenen, krijgt hiervoor een volmacht van Aalsmeer. Ondertussen wordt er op 8 juli ook een bevel uitgevaardigd door het Hof. Velten mag in zijn woning blijven wonen zolang het onderzoek loopt.36 Tevens wordt er opgeroepen tot nog een zitting op 3 september.

Meer dan een jaar later, op 17 oktober 1647, neemt het Hof een besluit.37 Er worden twee arbiters aangesteld, dit zijn Willem Gerrits (Burgermeester van Woerden) en Jan Alderts Bouckenburch (secretaris van Uitgeest). Zij moeten als eerlijke en onpartijdige mannen een uitspraak doen over de zaak. Dit wordt alleen verhinderd door de Schepenen en Ambachtsbewaarders. Daarom verplicht het Hof deze per brief ook om naar deze arbiters te luisteren.

Op 8 november is overeengekomen dat alle gerechtskosten van Velten door Aalsmeer betaald zullen worden, Velten dient hier dan ook een rekening voor in van 46 gulden en 6 stuivers.38 En op 4 januari 1648 geven Schout, Schepenen en Ambachtsbewaarders aan te zullen luisteren naar de arbiters in deze zaak.39 Alleen op 30 september gaat er weer een bevel van het Hof uit die oproept Velten toch echt een eerlijke subsidie, een huis en brandstof te verstrekken.40 Weer vindt er een zitting plaatst, deze keer op 9 oktober.

Later is er ook nog een zitting in de Kalverstraat waar de arbiters dan ook zijn. Op 18 november verklaren Arent Jansz en Reyer Dircxsz dat zij hierbij aanwezig waren en dat zowel Gerrit van Rietvelt als Marijtge Dircksdr zeiden dat ze niet wilde schikken en het recht zouden volgen.41 Op 12 december is er opnieuw een zitting waar Velten en Melchior beide aanwezig zijn met hun advocaat, helaas komt Gerrit van Rietvelt en Cornelis Borsman, procureur voor de Schepenen en Ambachtsbewaarders niet opdagen, ze proberen het op 18 december opnieuw.42

Het is hierna onduidelijk wat er precies gebeurd maar op 16 november 164943 wordt er dan uiteindelijk een obligatoire akte getekend tussen beide partijen waar overeen wordt gekomen dat Velten 90 gulden per jaar krijgt, een huis om in te wonen en brandstof. Ook mag hij een rekening indienen voor alle kosten die hij gemaakt heeft. De rekening bedraagt 817 gulden en 16 stuivers.44

Velten zijn naam onder de door hem opgesteld rekening.

Hiermee lijkt de kous af, alleen 3 oud-schepenen zijn het niet eens met de rekening van Velten. Ze verklaren op 28 januari 1650 dat Velten nooit 200 manden turf per jaar kreeg en betwisten dus zijn rekening.45

Er gebeuren ook nog 2 andere opvallende dingen. Als eerste verkoopt Harmen zijn huis, dat hij in 1645 van zijn vader kocht, op 10 maart aan Gerrit van Rietvelt voor 1100 gulden.46 Alleen ditzelfde huis wordt dezelfde dag door Gerrit weer verkocht aan Velten voor 1000 gulden.47 Velten heeft zijn huis weer terug en ze hebben 100 gulden van Gerrit gekregen.

Het tweede opvallende is dat op 31 juli 1651 het Hof definitief oordeelt dat Velten jaarlijks 90 gulden moeten krijgen voor de rest van zijn leven.48 Alleen op 28 april 1652 is Velten bij een notaris in Kudelstaart en laat een akte opstellen waarin hij dit recht op 90 gulden doorgeeft aan Johan van Rietvelt, de zoon van Gerrit. Hij verklaart in deze akte ook al reeds 700 gulden ontvangen te hebben.49

Op 17 januari 1653 ligt Aalsmeer weer dwars, zij vinden dat, aangezien Gerrit van Rietvelt is overleden, Velten geen recht meer heeft op zijn jaarlijkse salaris, hij heeft ze al genoeg geld gekost.50

Classis van Haarlem
In de classisvergadering in Haarlem wordt ook schande gesproken over deze zaak. Weliswaar niet over de behandeling van Velten, maar over het feit dat de Schout een andere schoolmeester heeft aangesteld zonder medeweten van de kerkenraad. Gerrit wordt zelfs de deelname aan het Heilig Avondmaal ontzegd 51 en hij stuurt meerdere brieven met een verzoek tot reconciliatie naar de classis.52 Pas als Gerrit enkele jaren later een akte van schuldbekentenis heeft getekend is hij weer welkom.53

Gerrit is overigens niet de enige die in onmin leeft met de kerkenraad, ook de vrouw van Melchior Cleasz is om onduidelijke redenen niet welkom bij het Heilige Avondmaal.54 55

Overlijden
De precieze datum van het overlijden van Velten is niet bekend. De laatste datum waarvan zeker is dat hij nog in leven is, is 17 januari 1653.56 Maar op 21 september 1655 wordt er een stuk land verkocht waarbij de aanduiding staat dat dit ten westen ligt van het land van de erfgenamen van Velten Veltensz.57

Op de lijst met eigenaren van de graven in de kerk in Aalsmeer wordt zijn naam genoemd bij graf nummer 19 in het west einde van de kerk.58 Hij is uiteindelijk dus begraven in de dorpskerk in Aalsmeer waarin hij lang werkzaam is geweest als koster, doodsgraver en uiteraard als schoolmeester.

Velten opgetekend bij graf nummer 19.

Na zijn dood verdelen zijn kinderen de erfenis. Er wordt een teelakker verkocht59, een paar jaar later zijn huis in de Kerkbuurt60 en op 23 mei 1663 zijn ze bij de weeskamer61:

Wij ondergesz. Willem Veltensz, Dirck Veltensz, Barentgen Veltens, Trijntgen Heijndricxs wede. ende boedelhouster van salr.62 Harmen Veltensz, bekenne mits desen ter weescamer van Aelsmeer gelicht te hebben een doosien met sijn inleggende papieren ende documenten, mitsgaders het gout silver ende anders ter weescamer van Aelsmeer berustende bij salr. Velten Veltensz salr. schoolmr. naergelaten, daer mede wij bekenne voldaen ende vergenoecht te wesen dienthalven weesmrn. van Aelsmeer hert grondel. Bedanckende voor haere goede ende getrouwe bewaringe ende sorge ter saecke vandien gehadt, belovende ter weescamer nijet meer te eijsschen ofte doen eijsschen onder verbant als naer rechte Toirconde is dese bij ons gesamentl. onderteijckent opden xxiijen meij xvj drije ende tsestich.

Willem Veltensz Hofman
Dirck Veltensz Hooftman
Barentgen Veltens
Trijn Heijndricxs

Dit is de laatste keer dat Velten Veltensz wordt genoemd in de archieven.

Wat doen zijn kinderen
Velten zijn oudste zoon Harmen lijkt de enige te zijn die in Aalsmeer blijft wonen, hij wordt hier door de jaren heen genoemd als koopman, korenkoper en kramer. Hij koopt ook veel grond in en om Aalsmeer. Dirck, Barentgen en Willem komen we allemaal tegen in Wilnis. Dirck is chirurgijn63 en armenmeester64 en behalve in Wilnis komen we hem ook tegen in Amstelveen en Vrouwenakker65. Barentgen trouwt in Wilnis in 1665. 66

Willem volgt zijn vader op en wordt ook schoolmeester en koster, maar dan dus in Wilnis. Vanaf 1663 wordt hij er ook notaris67 en vanaf 1674 houdt hij kantoor in Demmerik. Hij wordt dat jaar daar zelfs Schout.68 Hij blijft notaris tot 1676. Gelukkig komen de kinderen van Dirck en Willem weer terug naar Aalsmeer, waar tot op de dag van vandaag Hofmannen wonen.

De naam Hofman
De naam Hofman kan van veel zaken afgeleid zijn. Om er een paar te noemen: Hof als tuin, als besloten woonruimte, woning of paleis van een vorst. Het is in dit geval alleen aannemelijker dat de naam Hofman ontstond nadat Velten jarenlang een proces voerde aan het Hof van Holland. Waarschijnlijk kreeg hij als geuzenaam die man van het proces aan het Hof, oftewel Hofman.

De belangrijkste aanwijzing hiervoor is dat Velten in alle bronnen waarin zijn naam voorkomt Velten Veltensz wordt genoemd, maar geen enkele keer Hofman. Het is dus geen achternaam die hij al voerde voor of tijdens dat hij in Aalsmeer woonde, maar zijn 3 jongste kinderen gebruiken allemaal de naam Hofman bij dopen, trouwen en in andere aktes. De eerste keer dat hij op papier staat is op 28 april 1652 als Velten een akte69 laat opmaken bij een notaris en zijn zoon is als getuige aanwezig en hij noemt zichzelf Willem Veltensz Hofman.

Oud Nuus
Bovenstaande verhaal is ook gepubliceerd in ‘Oude Nuus‘ #224 en #225.

ca. 1572
Geboorte Barentge
1572-1573
Beleg van Haarlem
1573-1574
Beleg van Leiden
ca. 1579
Geboorte Velten
26-07-1581
Plakkaat van Verlatinghe
10-07-1584
Willem van Oranje vermoord
ca. 1589
Verhuizing Barentge
ca. 1595
Verhuizing Velten
ca. 1597
Geboorte Marijtgen
05-04-1603
Ondertrouw Velten & Barentge
29-04-1603
Velten wordt Poorter
16-10-1603
Doop Harmen
06-12-1605
Doop Jan
1605-1615
Velten wordt schoolmeester in Thamen
1605-1615
Overlijden Jan
1609-1621
Twaalfjarig bestand
26-06-1615
Testament Velten & Barentge
1615-1619
Velten wordt schoolmeester in Aalsmeer
15-10-1619
Velten ondertekend de Formulieren van Enigheid
1623
Register hoofdgeld
1623-1626
Overlijden Barentge
1623-1626
Huwelijk Velten & Marijtgen
Geboorte Dirck
Geboorte Willem
Geboorte Barentge
1642
Rembrandt schildert de Nachtwacht
15-11-1644
Ontslag als schoolmeester
juli 1646
Start proces
15-05-1648
Vrede van Münster
1649
Lidmaat in Aalsmeer
1649-16??
Overlijden Marijtgen
31-07-1651
Einde proces
1653-1655
Overlijden Velten
  1. Tijdens hun ondertrouw op 05-04-1603 geeft Barentge aan 31 jaar oud te zijn en uit Swoll te komen.
    [NL-AsdSAA, Ondertrouwregister, archiefnummer 5001, inventarisnummer 410, blad p.391]
  2. Tijdens hun ondertrouw op 05-04-1603 geeft Velten aan 24 jaar oud te zijn en uit Rietberghen te komen.
    [NL-AsdSAA, Ondertrouwregister, archiefnummer 5001, inventarisnummer 410, blad p.391]
  3. Een droebel is een traditioneel nederzettingspatroon in de Achterhoek, met name in Zieuwent, dat bestaat uit een groepje dicht bij elkaar gelegen boerderijen, vaak met een gemeenschappelijk erf of kamp, omgeven door lagergelegen weilanden. Deze boerderijen ontstonden vaak vanuit één stamhuis en ontwikkelden zich tot mini-gemeenschappen met onderlinge hulp.
  4. Tijdens hun ondertrouw geeft ze aan al 14 jaar in Amsterdam te wonen.
    [NL-AsdSAA, Ondertrouwregister, archiefnummer 5001, inventarisnummer 410, blad p.391]
  5. Tijdens hun ondertrouw geeft hij aan al 8 jaar in Amsterdam te wonen.
    [NL-AsdSAA, Ondertrouwregister, archiefnummer 5001, inventarisnummer 410, blad p.391]
  6. [NL-AsdSAA, Ondertrouwregister, archiefnummer 5001, inventarisnummer 410, blad p.391]
  7. [NL-AsdSAA, Poorterboeken, archiefnummer 5033, inventarisnummer 1]
  8. Stadsarchief Amsterdam - Poorters
  9. [NL-AsdSAA, DTB Dopen, archiefnummer 5001, inventarisnummer 4, blad p.76, aktenummer DTB 4]
  10. [NL-AsdSAA, DTB Dopen, archiefnummer 5001, inventarisnummer 39, blad p.82, aktenummer DTB 39]
  11. [NL-AsdSAA , Archief van de Notarissen ter Standplaats Amsterdam, archiefnummer 5075, inventarisnummer 345, scan 189-191]
  12. Notarissen Netwerk - Willem Cluijt
  13. [NL-LdnHHR, Collectie kaarten, A-4274]
  14. [NL-HlmNHA, Classis Haarlem van de Nederlands-Hervormde Kerk, archiefnummer 378, inventarisnummer 48, scan 3]
  15. Wikipedia - Drie Formulier van Enigheid
  16. [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 522, scan 1]
  17. Het schilderij heeft ooit in de drukkerij van de familie van Oorde gehangen in Aalsmeer, maar is hier in de jaren 80 gestolen. Sindsdien is het vermist.
  18. [NL-LdnRAL, Inventaris van het stadsarchief van Leiden (SA II), (1253) 1574-1816 (1897), archiefnummer 0501A, inventarisnummer 4025, scan 102]
  19. Op 1 juni 1626 wordt Velten als haar man genoemd in de verdeling van een erfenis.
    [NL-HlmNHA, Oud Rechterlijke en Weeskamer Archieven (ORA), archiefnummer 184, inventarisnummer 736, scan 128-131]
  20. Marijtge geeft in 1645, tijdens het proces, aan dat zij ongeveer 48 jaar oud is.
  21. [NL-HlmNHA, Collectie van doop-, trouw- en begraafboeken (DTB) (retroacta van de burgerlijke stand) van Aalsmeer, archiefnummer 183.2, inventarisnummer 53] Scans beschikbaar op Familysearch
  22. [NL-HlmNHA, Oud Rechterlijke en Weeskamer Archieven (ORA), archiefnummer 184, inventarisnummer 740, scan 289-290]
  23. [NL-HlmNHA, Oud Rechterlijke en Weeskamer Archieven (ORA), archiefnummer 184, inventarisnummer 742, scan 219 (rechts)]
  24. [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 517, scan 1-2]
  25. Op 8 augustus 1645 wordt zijn datum van aanstelling genoemd.
    [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 517, scan 6-7] 
  26. [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 517, scan 18-20]
  27. [NL-HlmNHA, Classis Haarlem van de Nederlands-Hervormde Kerk, archiefnummer 378, inventarisnummer 5, scan 111-112, punt 5]
  28. [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 517, scan 6-7] 
  29. [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 517, scan 24-27] 
  30. [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 517, scan 21-23] 
  31. [Nationalmuseum, Village Church (NMH 2317/1863)]
  32. [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 517, scan 15-27] 
  33. [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 517, scan 21-23] 
  34. [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 517, scan 15-27] 
  35. [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 517, scan 45-47]
  36. [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 517, scan 51-53]
  37. [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 517, scan 57-59]
  38. [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 517, scan 54-56]
  39. [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 517, scan 69-70]
  40. [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 517, scan 71-72]
  41. [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 517, scan 74-75]
  42. [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 517, scan 60-62] 
  43. De akte zelf is niet terug te vinden maar de datum wordt genoemd in de rekening.
    [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 517, scan 63]
  44. De rekening is vermoedelijk door Velten zelf opgesteld en ondertekend.
    [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 517, scan 63-67]
  45. [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 522, scan 4-5]
  46. [NL-HlmNHA, Oud Rechterlijke en Weeskamer Archieven (ORA), archiefnummer 184, inventarisnummer 742, scan 284 (rechts)]
  47. [NL-HlmNHA, Oud Rechterlijke en Weeskamer Archieven (ORA), archiefnummer 184, inventarisnummer 745, scan 59-60]
  48. [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 522, scan 11]
  49. [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 522, scan 9-10]
  50. [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 522, scan 11]
  51. [NL-HlmNHA, Classis Haarlem van de Nederlands-Hervormde Kerk, archiefnummer 378, inventarisnummer 5, scan 44, punt 9]
  52. [NL-HlmNHA, Classis Haarlem van de Nederlands-Hervormde Kerk, archiefnummer 378, inventarisnummer 5, scan 53, punt 22]
  53. [NL-HlmNHA, Classis Haarlem van de Nederlands-Hervormde Kerk, archiefnummer 378, inventarisnummer 5, scan 119-120, punt 5]
  54. [NL-HlmNHA, Classis Haarlem van de Nederlands-Hervormde Kerk, archiefnummer 378, inventarisnummer 5, scan 137, punt 7]
  55. [NL-HlmNHA, Classis Haarlem van de Nederlands-Hervormde Kerk, archiefnummer 378, inventarisnummer 5, scan 151, links]
  56. [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 522, scan 11]
  57. [NL-HlmNHA, Oud Rechterlijke en Weeskamer Archieven (ORA), archiefnummer 184, inventarisnummer 747, scan 83]
  58. [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 545, scan 11]
  59. [NL-HlmNHA, Oud Rechterlijke en Weeskamer Archieven (ORA), archiefnummer 184, inventarisnummer 748, scan 79-80]
  60. [NL-HlmNHA, Oud Rechterlijke en Weeskamer Archieven (ORA), archiefnummer 184, inventarisnummer 748, scan 160-161]
  61. [NL-HlmNHA, Oud Rechterlijke en Weeskamer Archieven (ORA), archiefnummer 184, inventarisnummer 803] [Foto archiefstuk]
  62. salr. = zaliger → wijlen
  63. [NL-BklVV, Overzicht doop-, trouw- en begraafregisters (DTB), archiefnummer 1200, inventarisnummers 750, scan 6]
  64. [NL-AsdSAA , Archief van de Notarissen ter Standplaats Amsterdam, archiefnummer 5075, inventarisnummer 3505, scan 411-412]
  65. [NL-BklVV, Overzicht doop-, trouw- en begraafregisters (DTB), archiefnummer 1200, inventarisnummers 301, scan 13]
  66. [NL-BklVV, Overzicht doop-, trouw- en begraafregisters (DTB), archiefnummer 1200, inventarisnummers 750, scan 9]
  67. [NL-BklVV, Notarissen te Wilnis 1663-1764, archiefnummer 0841, inventarisnummers 2454-2455]
  68. [NL-BklVV, Notarissen te Wilnis 1663-1764, archiefnummer 0841, inventarisnummers 2455, scan 163]
  69. [NL-HlmNHA, Ambachtsbestuur van Aalsmeer, archiefnummer 1933, inventarisnummer 522, scan 10]